
de tovenaar
De tovenaar van de Dokkumer Ee
Lang geleden, toen de wereld nog niet helemaal af was en verhalen soms sterker waren dan de werkelijkheid, woonde er een oude tovenaar aan de oevers van de Dokkumer Ee. Zijn huis stond op een plek waar het water zachtjes tegen het riet klotste en waar de mist in de vroege ochtend geheimzinnige vormen aannam.
De tovenaar heette Ealderik. Niemand wist hoe oud hij was. Sommigen beweerden dat hij al leefde voordat de eerste terpen waren opgeworpen. Anderen zeiden dat hij uit een droom van de zee was geboren.
Op een dag hoorde Ealderik dat de missionaris Bonifatius langs de Ee reisde. Niet veel later bereikte hem het droevige nieuws dat Bonifatius was vermoord bij Dokkum.
De tovenaar was bedroefd. Hij wandelde dagenlang langs het water en wist niet wat hij met zijn verdriet moest doen. Daarom begon hij te scheppen.
Hij nam een handvol klei uit de rivier, wierp die naar het noorden en sprak oude woorden die niemand meer kent. De klei viel in zee en werd een eiland.
Nog een handvol volgde.
En nog een.
Zo ontstonden volgens de legende de Waddeneilanden. Eerst verscheen Texel, daarna Vlieland, vervolgens Terschelling, Ameland en tenslotte Schiermonnikoog.
Toen het werk klaar was keek Ealderik tevreden uit over de zee.
Maar ondertussen gebeurde er iets vreemds.
Bonifatius was namelijk verdwaald geraakt.
Niet in het water.
Niet in het land.
Maar in het verhaal zelf.
Hij liep tussen de bladzijden door, zocht naar de juiste weg en kwam telkens weer uit bij dezelfde zin. Dagenlang dwaalde hij rond tussen letters, punten en komma's.
Uiteindelijk vond hij een deur met daarop geschreven:
"Einde van het verhaal."
Toen hij die opende stapte hij weer naar buiten.
"Wat is hier eigenlijk aan de hand?" vroeg Bonifatius.
De tovenaar keek verbaasd op.
"Jij was toch dood?"
Bonifatius schudde zijn hoofd.
"Dat dacht jij. Maar ik zat vast in een verhaaltje."
Op dat moment begon de hemel te ritselen als papier. De wolken vouwden zich om als bladzijden. De bomen kregen de vorm van letters en de rivier stroomde in regels van links naar rechts.
Toen beseften zij allebei de waarheid.
De moord, de tovenaar, de eilanden, de rivier en zelfs de mist boven de Ee waren onderdeel van een verhaal dat iemand zat te vertellen.
"Betekent dat dat ik weer leef?" vroeg Bonifatius.
"Voor zolang het verhaal wordt gelezen," antwoordde Ealderik.
Bonifatius glimlachte.
"Dat is lang genoeg."
Daarna gingen de twee samen wandelen langs de Dokkumer Ee. Ze praatten over water, over mensen en over de wonderlijke kracht van verhalen.
En volgens oude vertellers kun je hen soms nog zien op een mistige avond, wanneer de zon ondergaat boven de Ee en de Waddeneilanden als schaduwen aan de horizon liggen.