
Introductie
Afbeelding: Kaart van de Ee of trekvaart van Leeuwarden naar Dokkum; met peilcijfers en een aantal dwarsprofielen en staatjes met kostenberekening. 2 bladen. Vervaardigd in opdracht van een commissie uit Gedeputeerde Staten. Vgl resolutie van Gedeputeerde Staten d.d. 1-12-1735. Bron: tresoar.nl
De Dokkumer Ee is veel ouder dan de huidige kaart van Friesland doet vermoeden. Wat vandaag een rustige vaarroute tussen Leeuwarden en Dokkum lijkt, begon duizenden jaren geleden als een natuurlijk waterlandschap van kreken, getijdengeulen en afwateringsstromen.
Ontstaan in het waddengebied
Na de laatste ijstijd steeg de zeespiegel langzaam. Grote delen van het huidige Friesland veranderden in een nat kustgebied met kwelders, slikken en zeearmen. In dit landschap ontstonden natuurlijke waterlopen die regenwater afvoerden richting de Waddenzee. De voorlopers van de Dokkumer Ee waren zulke kleine riviertjes en kreken.
De huidige Dokkumer Ee bestond oorspronkelijk zelfs uit twee afzonderlijke waterlopen. Later groef de mens een verbinding tussen beide delen. Dat kunstmatige stuk is nog steeds herkenbaar aan het rechte traject tussen Burdaard en Tergracht, terwijl de oudere delen juist kronkelig zijn gebleven. De naam “Tergracht” verwijst nog naar die gegraven verbinding.
De Ee en het ontstaan van Dokkum
Aan de monding van de Ee ontstond al vroeg bewoning op terpen. De plek waar later Dokkum groeide lag gunstig: dichtbij zee én verbonden met het Friese binnenland. In de vroege middeleeuwen liep het Dokkumer Diep nog als een zeearm landinwaarts. Schepen konden daardoor tot in Dokkum varen.
Rond het jaar 754 kreeg Dokkum grote bekendheid door de dood van Bonifatius. Daarna groeide de plaats uit tot religieus centrum en handelsstad. De Dokkumer Ee werd steeds belangrijker als verbinding voor handel, vervoer en afwatering.
Middeleeuwen: handel en scheepvaart
Vanaf ongeveer het jaar 1000 begonnen de Friezen het gebied beter te beschermen tegen zee-invloeden met dijken en sluizen. Tegelijk bleef de Ee een belangrijke waterweg. Schepen vervoerden turf, graan, vee en handelswaar tussen Dokkum, Leeuwarden en andere Friese steden.
Omdat de vaarroute geregeld dichtslibde, moest zij voortdurend worden uitgebaggerd — in Friesland noemde men dat “slatten”. Hierdoor bleef de route bruikbaar voor de scheepvaart.
In de zestiende en zeventiende eeuw bereikte Dokkum een bloeiperiode. De stad werd zelfs een vesting- en admiraliteitsstad. Maar door verzanding van het Dokkumer Diep verloor Dokkum geleidelijk zijn directe verbinding met zee. In 1645 vertrok de Admiraliteit naar Harlingen.
Negentiende en twintigste eeuw
Met de komst van wegen, spoorlijnen en moderne havens verloor de Dokkumer Ee haar economische hoofdrol. Toch bleef de waterweg belangrijk voor regionale scheepvaart en waterbeheer.
In de twintigste eeuw kreeg de Ee een nieuwe betekenis: recreatie. De route werd onderdeel van de Friese recreatievaart én van de beroemde Elfstedentocht. Vooral het traject langs Burdaard en Bartlehiem groeide uit tot een iconisch Fries landschap.
De Dokkumer Ee vandaag
Vandaag is de Dokkumer Ee vooral een cultuurhistorisch landschap. Langs het water liggen oude terpedorpen, boerderijen, molens en bruggen die herinneren aan eeuwen van strijd tegen water en leven met water.
De vaarroute maakt tegenwoordig deel uit van de Friese staandemastroute en trekt veel recreatievaarders, fietsers en heel af en toe schaatsliefhebbers. Tegelijk blijft de Ee belangrijk voor waterafvoer en natuurbeheer in Noord-Friesland.